Digital

Digital

Kerst in de Digital Garage

Met Kerst komen de spoken uit het verleden weer binnen, let maar op.

Maar eerst ben ik, op een zonnige dag, ergens tussen de herfstvakantie en de kerstvakantie in, met mijn zoon aan het wandelen in een drukke winkelstraat in de grote stad Edinburgh. Plots staan wij tegenover een winkel met de merkwaardige naam Google Digital Garage.

“Verdorie!” zeg ik.
Ik maak een foto. Ik stuur de foto naar mijn zakenpartner Benno en ik schijff:
“Ik heb zojuist Digital verkocht aan Google. Binnenkort zal ik jouw aandeel in de winst overschrijven op je bankrekening. Het bedraagt € 17,50.”

Een lange zin voor een WhatsApp-bericht voor een man met dikke vingers maar het historisch LAGE bedrag móét op het eind, om de spanning op te bouwen.

Ik ben het voorval allang vergeten als ik door de Passage in Den Haag loop. Op weg naar de postzegelhandel Keizer & Zn om een voorraadje postfrisse zegels uit Oostenrijk of de Duitse Democratische Republiek te kopen.
Postfrisse zegels? Postfrisse zegels zijn nooit gebruikte postzegels zonder waarde. Toen de euro kwam, moesten alle landen waar de euro de plaatselijke munt ging vervangen, hun postzegels vernieuwen.
“Dat was in de tijd dat postzegels nog mooie dingen voor verzamelaars waren en op de postzegels de waarde van de postzegel, en niet lukraak een 1 of een 2 werd gedrukt.”

Veel landen, ook Nederland, vernietigden hun oude voorraad postzegels. Andere landen, zoals Oostenrijk en de DDR, deden dat niet. Die bewaarden hun oude voorraad in de kluis of in een vergeten archiefbewaarplaats. Tot betere tijden zouden aanbreken.
Na een paar jaar begonnen ze hun oude postfrisse zegels te verkopen als sierzegels.
Sierzegels? Sierzegels zijn zegels die je louter voor de sier op een enveloppe plakt, naast de werkelijke postzegel. De postzegel met waarde.

Ik wandel door de Passage. Die er vroeger net zo uitzag als de allang verdwenen Passage in Rotterdam.

Ik wandel door de Passage en zie nergens een postzegelwinkel.
‘Postzegelhandel Keizer & Zn. Opgericht in 1897.’ Staat op het reclamezegeltje dat je altijd meegeleverd krijgt met een voorraadje sierzegels. 1897. Het jaar waarin Antoon Coolen werd geboren, de schrijver, en ook Charles Eyck, de schilder.

Ik loop drie keer op en neer, door de Passage. Nog steeds geen postzegelhandel. Wel een lege winkel. De ruiten dichtgeplakt. Zodat je niet naar binnen kunt kijken. Nergens een bord met de melding dat de postzegelhandel binnenkort een ‘doorstart’ zal maken in bijvoorbeeld Berkenwoude.

Ik verlaat aarzelend de Passage. Misschien is er iemand die ik iets kan vragen? Tranen in mijn ogen. Dat wel. Buiten maak ik een ommetje. Langs het gebouw van de Tweede Kamer en het ministerie van Algemene Zaken. Voor het eerst dit jaar is er stuifsneeuw.

Ik wandel naar het Noordeinde. Daar is de laatste papierwinkel van Den Haag. In een prachtig pand. De eigenaar woont erboven. Wat zien ik?
De papierwinkel gaat verhuizen.
Ik naar binnen. Vooral voor de aanbiedingen die het gevolg zijn van de verhuizing, natuurlijk. Maar nu ik er toch ben, kan ik net zo goed een praatje maken.
De papierwinkel gaat verhuizen naar Den Hoorn. Een dorp. Niet omdat de mensen in het dorp Den Hoorn zoveel papieren brieven en verhalen en romans schrijven. Maar omdat de klanten van de papierwinkel (“ze komen uit heel het land”) daar beter kunnen parkeren.
“Jammer,” zeg ik. “Dit is zo’n mooie plek.”
De papierwinkelier, geirriteerd: “U woont hier zeker niet?”
Dat klopt.
Ooit vroeg ik een jurist waarom hij toch al die wetboeken in de kast had staan. Zijn antwoord: “U bent zeker geen jurist?”

Ik moet denken aan al die andere dingen die verdwijnen. Vergangenheit en vergankelijkheid. Alles wat in het verleden werkelijkheid was, is in het heden een illusie. De start van mijn loopbaan in het informatieland, als postkamermedewerker bij Van Nelle. De zware postkar die ik toen door de fabriekshallen duwde. Waar is die gebleven? In welke smeltoven?

“Daarom is het zo mooi dat we archieven vormen,” zeg ik terloops.
Maar doen we dat eigenlijk wel?

In mijn cursussen vraag ik weleens of iemand weet wat een collationist is (of was). Gelukkig is er soms een cursist die ouder is dan ik.
“Collationist ben je tegenwoordig zelf,” zeg ik dan. “Net zoals je zelf archivaris en typist bent. Helaas neemt niet iedereen al zijn rollen even serieus.”

De rol van archivaris neem je vooral serieus als je veel weggooit: de kern van archiveren is vernietigen. Kettingroker Joan Remkes is druk bezig zijn archief te versnipperen: “Je moet de neiging om te blijven onderdrukken. Dat is de kunst!” De kunst is ook: de juiste dingen doen. Niet teveel dingen doen. De simpelheid behouden. Veel is nooit simpel.

Precies op de dag van de ontdekking van het verdwijnen van Keizer en Zn krijg ik een mailtje van een mevrouw met de mooie naam Tilly. Zij biedt mij een domeinnaam te koop aan: printdigital.nl.
Wellicht weet zij dat ik in 2015 het schrijven van brieven met de hand herontdekte. Zoals vele anderen de grammofoonplaat.
En vanaf 2016 het schrijven met de vulpen. (Drie euro bij de Hema.)
In 2017 ontdek ik niets behalve dat ik te dik ben.
En in 2018 ben ik opnieuw beginnen tekenen (met potloden op papier). Grijs, zwart, wit en alle primaire kleuren. Tekenen leidt de aandacht af van de woorden en geeft rust in het hoofd. Precies wat je met kerst wilt bereiken.

Als je het tekenen herontdekt, ga je verder waar je gestopt bent met tekenen toen je elf of twaalf jaar oud was en het spelen met woorden ontdekte. Je tekent, als oudere mens, alsof je een kind van elf of twaalf bent. O N T H U T S E N D ! Maar er is altijd hoop en oefening baart kunst.

“Tilly,” antwoord ik. “Wat digitaal is, kun je beter digitaal laten, en niet printen.”

De Kerst breekt aan.
Ik koop voor mijzelf een papieren boek van meer dan veertig euro. En niet eens zo dik. De dichter Menno Wigman rekende ooit uit dat hij, optellend wat hij allemaal in druk had laten verschijnen, precies één woord per dag schreef. Het juiste woord kiezen is niet zo gemakkelijk, dat mag best wat kosten. Wie dagelijks ambtelijke stukken onder ogen krijgt, weet dat vaak duizenden woorden in hoog tempo op papier worden gezet. In zulke hoeveelheden dat ze niets meer betekenen. Hard werken heeft vaak niet veel zin als er geen nadenken aan vooraf gaat.

Het dure boek heet: storytelling with data. Het is best een moeilijk boek. Maar als je het uit hebt, en je hebt er iets van begrepen, dan ben je beter in staat zinvolle verhalen te vertellen aan de hand van gegevens. De kerstdagen besteden aan ‘lezen voor je werk’ is dan geen verspilling van tijd. Je hebt iets waardevols behouden.

Tegelijkertijd neem ik mij van alles voor:

  • Niet verdrietig meer zijn om dingen die verdwijnen.
  • Het goede behouden.
  • Geduld hebben met de ander zoals ik heb met mijzelf.

En natuurlijk (mijn vriend Peter Brand moet erom lachen):

  • Niet stoppen met werken voordat alle archieven in Nederland op orde zijn.

Fijne kerst!
En proost met een glaasje prik op het nieuwe jaar… waarin alles weer op orde lijkt te komen!