Digital

Digital

Nieuws

Duitsland digitaliseert maar moeizaam

Kanselier Angela Merkel heeft de Duitse jeugd tijdens de verkiezingscampagne een belofte gedaan: sneller internet en een beter bereik voor de mobiele telefoon. Deels om de jeugd te paaien, deels omdat ze weet: Duitsland loopt hopeloos achter op het gebied van digitalisering. Dat schrijft Duitslandinstituut.nl.

In Duitsland werkt men hoofdzakelijk met papier. Betalingen gaan in meerderheid met papiergeld, een treinkaartje is echt van karton en wie zaken wil doen met de overheid, moet zich melden aan de balie.

Een willekeurige ranglijst van de stand van digitalisering wereldwijd bewijst dat beeld: Duitsland staat zeventiende, ver achter Finland (1e), Nederland (7e) en de Verenigde Staten (9e).

De Duitse overheid stimuleert de ICT onvoldoende, stelde een adviesraad van experts eerder dit jaar vast. Duitsland dreigt de boot te missen bij de digitale transformatie, de Duitse industrie verliest haar concurrentiekracht.

Merkels partij, de CDU, is in naam voorvechter van ‘Industrie 4.0’ ofwel van de digitalisering van het bedrijfsleven, maar concreet heeft het weinig opgeleverd. De volgende regering moet een inhaalslag maken. Daar moet ook het grote en machtige midden- en kleinbedrijf (mkb) van Duitsland aan meedoen, en juist die sector geldt als conservatief en risicomijdend.

Het droombeeld: “Fabrieken zullen veranderen in smart factories, waar processen digitaal worden aangestuurd en via internet worden verbonden. Apparaten en machines, zowel in huishoudens als in bedrijven, zullen in de toekomst via internet samenwerken.” En de Duitse overheidsdiensten zullen in 2021 volledig digitaal en gebruiksvriendelijk zijn.

De SPD steunt dit streven.

De regering stelde eerder al 600 miljoen euro beschikbaar voor het stimuleren van breedband. Daarvan is nog maar 5 miljoen uitgegeven. De reden: de planning en procedures bij gemeenten kosten vaak veel tijd en de telecombedrijven investeren meer in de bestaande koperleidingen dan in nieuw en sneller glasvezelnetwerk.

Bron: Duitslandinstituut.nl september 2017