Digital

Digital

Nieuws

Jan Visser (RSDAOV): "Op zoek naar meer inzicht"

Digital bezocht Jan Visser van de uitvoeringsorganisatie RSDAOV op 16 mei 2013.
RSDAOV is een bijzondere organisatie die uitdagingen heeft die vergelijkbaar zijn met die van gemeenten.

Jan, kun jij vertellen wat de RSDAOV voor een organisatie is en wat jij binnen deze organisatie doet?
De RSDAOV is een uitvoeringsorganisatie voor zeven gemeenten met een verzorgingsgebied van ruim 140.000 inwoners. We verrichten voor die gemeenten allerlei diensten op de terreinen voor werk en inkomen. En sinds vorig jaar een eerste stap op het terrein zorg. Eigenlijk alles rond bijstand, inburgering, kinderopvang, re-integratie en schuldbemiddeling. Daarnaast zijn we ook een kredietbank.
Ik ben teamleider informatiemanagement en verantwoordelijk voor een hele serie werkgebieden. Documentaire informatievoorziening, informatisering, functioneel en technisch beheer, procesinrichting, interne kwaliteit en interne controle. Ook bezwaar en beroep liggen op mijn werkterrein, dus de juristen vallen ook onder informatiemanagement. En niet te vergeten: de facilitaire dienst.

RSDAOV is een organisatie die veel directe contacten met klanten heeft. Wat voor gevolgen heeft dat voor de inrichting van de informatiehuishouding, de keuze van systemen, noem maar op?
Bij ons is de informatievoorziening opgehangen aan de cliënt. 80 tot 85 procent van onze dossiers zijn cliëntendossiers. We hebben een aantal backofficesystemen in gebruik en die naast processysteem als klantvolgsystemen worden gebruikt. Die systemen zijn niet of niet volledig geïntegreerd. Onze ambitie is een zaaksysteem of een klantvolgsysteem te realiseren. Of laat ik het zo zeggen: op zijn minst een ingang te realiseren tot alle klantinformatie zodat we op elk gewenst moment alles van de klant kunnen weten. Om optimaal diensten te kunnen verlenen.

Jan Visser

Je verwacht bij RSDAOV eerder klantgericht werken met klantdossiers dan zaakgericht werken. Toch speelt zaakgericht werken wel een grote rol bij jullie. Hoe? en waarom?
De verwachting is dat zaakgericht werken ons een compleet klantbeeld kan opleveren. Nu moeten we per systeem zoeken. We verwachten ook meer inzicht te krijgen in doorlooptijden, in aantallen, in werkdruk. Meer informatie om op te sturen. Het management moet in control zijn. Een zaaksysteem speelt daarbij een belangrijke rol.

Heeft de RSDAOV voordelen van allerlei e-overheidbrede initiatieven, zoals basisarchitecturen, gemeenschappelijke zaaktypencatalogi, de activiteiten van KING?
We gebruiken wel de architectuurplaten, maar meer om in de organisatie inzichtelijk te maken wat het betekent, werken onder architectuur. En om voor ons als team overzicht te houden.
De ZTC van de gemeenten kunnen en gaan wij deels gebruiken, want feitelijk zijn we natuurlijk een sociale dienst.
Verder heeft KING geen kant-en-klare producten voor ons. KING is toch meer op de ‘standaard gemeenten’ gericht. Een voorbeeld: RSDAOV wil meedoen met decentrale regelgeving, de verordeningen. Het ministerie zegt: “We weten niet of we jullie aan mogen sluiten.” Alternatief is dat we aansluiten via de zeven samenwerkende gemeenten. Maar dat is een omweg. KING weet er ook geen antwoord op. Het ligt kennelijk voor gemeenschappelijke regelingen juridisch moeilijk.
Basisregistraties zijn ook een lastig ding voor ons. Wij maken nu veel gebruik van Suwinet, waar gegevens van burgers uit verschillende basisregistraties samenkomen. Suwinet bestaat al lang, daarna kwam pas het stelsel. Moeten wij de koppeling dan zelf organiseren? Voor het GBA hebben wij dat gedaan. Maar we mogen niet rechtstreeks koppelen aan Suwinet, alleen inkijken. Welk spoor moeten we kiezen? Dat moeten we zelf uitzoeken.

Ontwikkelen jullie werkwijzen rond de informatiehuishouding in samenwerking met anderen? Bijvoorbeeld andere sociale diensten? Of zijn jullie door jullie taken een unieke organisatie?
Er zijn nu meer dan twintig Regionale Sociale Diensten in Nederland. We zijn een van de oudste en we zijn een van de voorlopers. We hebben wel contacten met andere RSD’s en kijken bij elkaar in de keuken. Maar anderen kijken vaker in onze keuken dan andersom.

Welke uitdagingen zie JIJ de komende vijf jaar bij de RSDAOV?
Dat zijn de volgende:

  • Zaakgericht werken binnen de organisatie invoeren.
  • Een concrete vertaling maken van de NUP-projecten naar de RSD en helderheid krijgen over hoe om te gaan met basisregistraties.
  • Onze doelgroep helpen met elektronische dienstverlening terwijl een groter deel van onze klanten minder zelfredzaam zijn. Onze formulieren zoveel mogelijk digitaal maken en tegelijk de zogenaamde formulierenbrigade gaan inzetten die de klant helpt bij het invullen van de digitale formulieren.

Bron: digital 21 mei 2013