Digital

Digital

Nieuws

Keurmerk voor e-consultants

KING, het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten, gaat ICT-consultants trainen en certificeren. Via een digitale marktplaats kunnen gemeenten binnenkort in contact komen met e-adviseurs voor wie GBA en NUP geen geheimtaal is.
Vanaf 2011 kunnen gemeenten gecertificeerde consultants inhuren als ze hun e-dienstverlening willen verbeteren. De e-consultants zijn niet helemaal nieuw. Tussen 2003 en 2009 zijn er honderd e-adviseurs klaargestoomd binnen het programma EGEM i-teams. Deze teams hielpen gemeenten bij het opstellen van de realisatieplannen voor de e-overheid. Het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) nam de EGEM-boedel gedeeltelijk over toen het programma eind 2009 afliep.
KING bouwt nu voort op de aanpak met i-teams. Consultants die gemeenten willen adviseren, kunnen een training volgen waarin specifieke onderwerpen aan de orde komen zoals de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) of het Nationaal Uitvoeringsprogramma e-overheid (NUP).

Toelatingscriteria

Net als bij EGEM doet Kema de intake van kandidaten, maar de toelatingscriteria zijn wel meer toegespitst op implementatiebegeleiding. Deelnemers moeten naast algemene adviesvaardigheden onder meer ervaring hebben met het werken voor gemeenten.
Wie de eindtoets haalt, ontvangt een KING-certificaat. Dat moet gemeenten de zekerheid verschaffen iemand in te huren die van wanten weet. EGEM-gecertificeerde adviseurs moeten opnieuw door de molen. ‘Het oude certificaat heeft geen waarde meer’, zegt Johan van der Waal, kwartiermaker van KING-Implementatie en verantwoordelijk voor de certificering.

Voorwaarde

Bij het opstellen van de EGEM-realisatieplannen waren gemeenten verplicht een officiële e-adviseur in te schakelen. Dat was een subsidievoorwaarde van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Bij de NUP-implementatie is zo’n verplichting er niet.
KING zelf wil in elk geval zo’n zestig gecertificeerde implementatiebegeleiders aantrekken voor een vierjarig traject, waarin het gemeenten NUP-ondersteuning wil bieden.

Het certificaat is vier jaar geldig. Jaarlijks wordt getoetst of consultants de criteria nog halen. Als iemand geen opdrachten bij gemeenten heeft gedaan, kan dat intrek-
king van het certificaat betekenen. Gemeenten spelen zelf een rol bij de tussentijdse toets. Op een (besloten deel van een) website kunnen ze een oordeel geven over het werk van hun adviseur. Consultants kunnen op hun beurt ervaringen met opdrachtgevers uitwisselen. Ook dient de site om vraag en aanbod bijeen te brengen.
Van der Waal: ‘Zie het als een marktplaats. We gaan de site niet zelf runnen. We moeten dat overlaten aan de markt. Of marktpartijen daarvoor interesse hebben? Dat weet ik niet, misschien moeten we het een zetje geven.’

Belangenverstrengeling

Eerder dit jaar rezen bij KING vragen rond de stichting e-Certificering Overheid, die de permanente educatie onder e-adviseurs wilde bevorderen. De stichting was opgericht door een voormalig medewerker van EGEM, die tevens als ondernemer opleidingen aanbiedt. Buiten KING-directeur Thissen zit in het driekoppige bestuur ook ICTU-directeur Elly Bogerman. Om elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden wordt de stichting nu, in Van der Waals woorden, ‘uitgefaseerd’ en treden Bogerman en Thissen terug.
Uit zijn relaas blijkt dat de stichting primair de continuïteit van het netwerk van e-adviseurs wilde veiligstellen. Bogerman en Thissen, in de hectiek van de overgang van EGEM naar KING al lang blij dat iemand dat op zich nam, stapten zonder veel nadenken in. Maar er is nooit getwijfeld aan de integriteit en intenties van de oprichter. Er is alleen niet handig geopereerd.
‘De oprichter had op de website van zijn bedrijf de komst van de stichting niet moeten aankondigen en Bogerman en Thissen hadden beter moeten opletten.’

KING stimuleert nu de omvorming van de stichting tot een platform waar gecertificeerde consultants kennis en ervaring kunnen uitwisselen.
Van der Waal: ‘In plaats van met afzonderlijke consultants te communiceren, is het aantrekkelijker als we één aanspreekpunt hebben. Of dat in een stichting, vereniging of netwerk is, maakt ons niet uit. En wat men dan verder nog organiseert, moet men zelf weten. Als het maar los van KING gebeurt.’

Bron: binnenlandsbestuur.nl