Digital

Digital

Stop met bellen!

Onlangs heb ik mijn voicemail aangevuld met de volgende zinvolle mededeling:
“Je kunt natuurlijk iets inspreken, maar het is verstandiger mij te mailen, want ik reageer sneller op een e-mail dan op een ingesproken bericht.”

Het heeft een voorgeschiedenis. Toen ik op mijn negentiende voor de tweede keer op kamers gin, was mijn eerste daad: geen telefoonaansluiting nemen. Een daad is soms iets niet doen.
Eens in de week wandelde ik naar de telefooncel die toen nog voor café De Bel aan de Benthuizerstraat in Rotterdam stond – een café waar je jenever per liter kon kopen – en belde mijn moeder. Zodat zij kon vaststellen dat ik nog leefde. “Als je vaker van me wilt horen, moet je maar een brief sturen,” zei ik altijd.

Kennelijk zijn er mensen die van nature een hekel hebben aan bellen. In sommige samenlevingen stopt men zulke mensen in een gesticht. Wij werken gewoon samen met zulke mensen, in onze gezellige democratische organisaties, en we dringen hun zo min mogelijk een werkwijze op.

Een paar jaar geleden was er een zekere Kim Hupsefluts en die ontwikkelde in al haar creativiteit een initiatief: “Stop met mailen.” Het initiatief sloeg nogal aan in de ambtelijke wereld – het is immers fijn om allerlei afspraken niet per mail maar via de telefoon te maken. Zulke afspraken zijn immers tien minuten na het gesprek al behoorlijk onhelder en na een dag of twee bestaan ze niet meer.
Ik vond het dan ook een zeldzaam dom initiatief.

Dat andere ambtenaren het initiatief aangrepen om elkaar weer papieren toe te schuiven, vond ik op zich wel sympathiek.

Meer dan schandalig is de opkomst van de smartphone. Je kunt besluiten je eigen telefoon uit te zetten, dan nog word je belaagd door de geluiden van duizenden telefoontjes om je heen. Ik zat in de eerste klasse van de Hollandse trein van Den Haag naar Gouda, tussen de hoge (gestudeerde) ambtenaren. Ze waren allemaal actief aan het appen, vermoedelijk over het avondeten, en al hun telefoons lieten jankerige en hijgerige aandachttrekkende geluidjes horen zodra er een appje binnenkwam. Wat nogal zinloos was, dacht ik, want als je zit te appen, zie je appjes binnenkomen, en heb je je oren helemaal niet nodig.

Sommige reizigers lachten zelfs om de malle toontjes van anderen… en dat moet dan ons land voorzien van slimme regels en wetten, dacht ik somber, en die nog handhaven ook!

Zelf heb ik een telefoon waarvan de batterij soms zomaar leegloopt. Ik beschouw dat als een zegen. Wat een rust! Alleen mensen die een bericht inspreken, krijgen van mij geen antwoord – wat nogal logisch is. Als ze mij mailen, hebben ze binnen een paar minuten een reactie. En alles wat ze mij sturen, en wat ik hun stuur, ligt meteen ook vast… dat doet de archivaris in mij plezier.

Met een piepkleine laptop, en zonder telefoon, kun je een heel eind komen in dit leven. Ook dat is ‘any device’.

Bron: digital.nl